Persbericht                                                                                                             11 mei 2026

Pensioenhervorming 2026: daling van de gemiddelde pensioenen en toename van de kloof tussen mannen en vrouwen

Met deze pensioenhervorming wil de regering de overheidsfinanciën saneren, in overeenstemming brengen met het Europese begrotingstraject, de arbeidsparticipatie verhogen, mensen langer aan het werk houden en de houdbaarheid van het pensioenstelsel waarborgen.

 Meer bepaald beoogt de hervorming het wettelijk pensioen, aangevuld met een ‘veralgemeend’ aanvullend pensioen, te versterken, de intra- en intergenerationele rechtvaardigheid en de individuele verantwoordelijkheid te herstellen, bij te dragen tot ‘het evenwicht’ tussen werk en privéleven, en te streven naar meer ‘reële’ gelijkheid tussen mannen en vrouwen door de pensioenkloof te verkleinen. De magische woorden die als vaandel worden gevoerd zijn: harmonisatie, modernisering, betere aansluiting, duurzaamheid, verantwoordelijkheid.

De Raad voor Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen heeft in zijn advies n°179 van 8 mei 2026 (Advies 179 over de pensioenhervorming), verschillende maatregelen van de hervorming geanalyseerd in het licht van het laatste rapport van het Federaal Planbureau (FPB) van 13 april 2026, waarin de effecten op het gemiddelde pensioenniveau en op de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen worden geëvalueerd.  Het FPB merkt op dat de kloof over het algemeen op lange termijn zal toenemen, en ook al vanaf 2027.

Hoewel sommige maatregelen meer gevolgen zullen hebben voor mannen en zullen bijdragen aan het verkleinen van de pensioenkloof (verlagingen van de hoogste ambtenarenpensioenen, de afschaffing van de preferentiële tantièmes), zullen andere maatregelen vrouwen zwaarder treffen, met name vrouwen met een korte loopbaan  (slechts 17 % van de vrouwen heeft een loopbaan van 34 jaar, tegenover 58 % van de mannen ), degenen die onvrijwillig deeltijds werken omdat de meeste contracten in hun sector slechts in deeltijd worden aangeboden, degenen die niet genoeg dienstjaren zullen hebben om in aanmerking te komen voor een vervroegd pensioen (nieuwe definitie van het dienstjaar van minimaal 156 dagen), en degenen die de pensioenmalus zullen ondergaan vanwege de dubbele voorwaarde voor vrijstelling daarvan (35 jaar en 7020 gewerkte dagen).

 

 

Ook al wordt verwacht dat vrouwen langer gaan blijven werken – wat een hypothetische en niet-controleerbare gedragsverandering veronderstelt – zullen er meer vrouwen zijn die onvoldoende eigen pensioenrechten opbouwen, wat een verlies aan economische zelfstandigheid betekent.  Naarmate het pensioenniveau daalt en de armoede toeneemt, zullen meer gepensioneerden onder de IGO-regeling (Inkomensgarantie voor ouderen) vallen en/of bijbaantjes aannemen die voor gepensioneerden zijn toegestaan.

 

Het beheer van de pensioenen kan uiteraard niet los gezien worden van het werkgelegenheidsbeleid (1). De Raad klaagt de deregulering aan van de arbeidsvoorwaarden en vooral de maatregelen met betrekking tot de deeltijdse werknemers (contracten voor een tiende van de tijd, beperkingen in de inkomensgarantietoelagen), waarbij deeltijdwerkers niet alleen worden gediscrimineerd ten opzichte van voltijdpersoneel, maar bij hun pensionering ook onvoldoende inkomen zullen hebben, tenzij ze steeds meer onzekere baantjes aannemen. De verhoopte stijging van de arbeidsparticipatie zal alleen ten koste gaan van de kwaliteit van de banen. In plaats van een belofte van meer gelijkheid ziet de Raad hierin een reeks belangrijke sociale achteruitgang, die in strijd is met het standstill-beginsel.

 

Contact: Dominique De Vos

domie.devos@outlook.com

 

 

 

 

 

 

 

 

[1] pensions « Qu’elles s’adaptent ! » A quoi au juste Le Soir 27 3 2026.pdf

 

 

 

Pensioen

Heb je opmerkingen of vragen? Wij helpen je graag verder.

Contacteer ons