Brussel 20 april 2026
De Heer Jan Jambon De Heer Rob Beenders
Vice-eerste minister en minister Minister van Gelijke Kansen
van Pensioenen
Geboorteverlof en vervroegd pensioen
Geachte ministers,
Wat betreft het in aanmerking nemen van het geboorteverlof in de loopbaan met het oog op toegang tot vervroegd pensioen, acht de Raad voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen het noodzakelijk uw aandacht nu reeds te vestigen op de gevolgen van EU-richtlijn 2019/1158 van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders.
Een van de belangrijkste doelstellingen hiervan is een evenwichtigere verdeling van de opvoedingstaken tussen beide ouders, zoals blijkt uit de punten 6, 10 en 11 van de preambule; de invoering van „vaderschapsverlof“ sluit expliciet aan bij deze doelstelling (punt 19).
Artikel 4 van de richtlijn verplicht de lidstaten dus om recht op een dergelijk verlof te verlenen, waarvan de duur in de nationale wetgeving kan worden verlengd (art.16, lid 1).
Artikel 10, lid 1, schrijft voor dat verworven of in aanmerking komende rechten tot het einde van het verlof behouden blijven.
Artikel 16, lid 2, bevat de standstill-regel: de lidstaten mogen hun wetgeving aanpassen aan “de situatie”, maar moeten daarbij de minimumvoorschriften van de richtlijn in acht nemen
En vooral: onder de hoofding „Discriminatie“ verplicht artikel 11 de lidstaten ervoor te zorgen dat het opnemen van het verlof niet leidt tot een minder gunstige behandeling van de betrokkenen.
Indien het geboorteverlof niet gelijkgesteld wordt met werkdagen met het oog op de toegang tot vervroegd pensioen, dan zal België rechtstreeks in strijd handelen met de doelstellingen van EU-richtlijn 2019/1158, en dus met de verplichting tot loyale uitvoering zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
De opmerking dat het vaderschapsverlof momenteel facultatief is, lijkt niet relevant, aangezien deze berust op de volgende impliciete redenering: als de vader/meeouder gebruik wil maken van het door de richtlijn gewaarborgde recht, moet hij/zij accepteren dat dit nadelige gevolgen heeft die hem/haar daarvan zullen weerhouden.
In de overtuiging dat de bovenstaande opmerkingen het risico van een inbreukprocedure door de Europese Commissie (artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) zullen vermijden, blijft de Raad tot uw beschikking.
Hoogachtend,
Annemie Pernot Jean Jacqmain
Vice-voorzitter Vice-voorzitter
Dominique De Vos
Voorzitter commissie Sociale Zekerheid