De pensioenhervorming: tussen verarming en discriminatie
Elke regeerperiode heeft tot een meer of minder ingrijpende pensioenhervorming geleid. Deze hervorming behoort echter tot de zwaarste, zowel voor de toekomstige als voor de huidige gepensioneerden. De zwaarste gevolgen zijn voor werkende vrouwen. Laat ons daarbij de hervorming van 1996 niet vergeten, waarbij de pensioenberekening op basis van 45 gewerkte jaren werd ingevoerd voor vrouwen, terwijl België – om te voldoen aan het arrest van het Hof van Justitie van 1 juli 1993 (Van Cant tegen NPD) – voor alle gepensioneerden een berekening op basis van 40 gewerkte jaren had moeten toepassen. Volgens een constante jurisprudentie moet een gelijkschakeling immers naar boven gebeuren en niet naar beneden. Het verbod op een verslechtering van het algemene niveau van de sociale bescherming, dat het Europees recht in het bijzonder benadrukt in de richtlijnen, kon onze wetgevende autoriteiten niet deren. Hieraan voldoen zou “onbetaalbaar“ zijn geweest, dus niemand durfde destijds een juridische strijd aan te gaan …
De Arizona-hervorming, die op 29 mei (B.S. 1 juni) werd aangenomen, treft iedereen, maar in veel grotere mate de meest kwetsbare werkende vrouwen. Alle experts en instellingen die hierover een oordeel moesten vellen, hebben hetzelfde vastgesteld: vrouwen met korte, onderbroken loopbanen of die om diverse redenen, waaronder gezinsredenen, deeltijds werken, zullen hierdoor zwaarder worden getroffen dan ooit tevoren.
De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen is sinds de jaren 80 afgenomen onder invloed van de stijging van de lonen van vrouwen, de verlenging van de loopbaan en de verhoging van het minimumpensioen tijdens de vorige legislatuur. Volgens de meest recente gegevens van de Federale Pensioendienst bedraagt deze kloof vandaag nog 21%.
In een advies van 8 mei jongstleden stelt de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen (download en Persbericht advies 179: Pensioenhervorming 2026: daling van de pensioenen en toename van de kloof tussen mannen en vrouwen | Raad van de Gelijke Kansen) vast dat, naast de daling van de gemiddelde wettelijke pensioenen, vier maatregelen in het bijzonder de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen zullen vergroten: de invoering van een malus, de nieuwe bonus, de aanscherping van de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en het maximumplafond voor de aanvaardbare gelijkgestelde periodes voor de berekening van de pensioenen (NB: dit was het onderwerp van een afzonderlijk wetsontwerp). De kloof tussen mannen en vrouwen zal over het algemeen toenemen, ondanks de maatregelen die meer impact zullen hebben op mannen, zoals met name de daling van het gemiddelde ambtenarenpensioen.
De Raad van de Gelijke Kansen adviseerde om a minima terug te keren naar de huidige voorwaarden voor toegang tot en toekenning van een pensioen.
Ondanks alle oproepen tot gematigdheid (Raad van State, Studiecommissie voor de Vergrijzing) en alle waarschuwingen tegen ongelijkheden en mogelijke discriminatie – met uitzondering van enkele toegevingen, met name op het gebied van de nieuwe toegang tot vervroegd pensioen, (bijvoorbeeld: de gelijkstelling van moederschapsrust, militaire dienst en vaderschapsverlof), onder druk van vrouwenorganisaties en de Raad, hebben alle amendementen geen invloed gehad op de eindstemming, waarbij de meerderheid (ook de vrouwelijke parlementsleden) tegen de oppositie stemde. De vakbonden zullen gezamenlijk beroep aantekenen tegen verschillende bepalingen van de wet bij het Grondwettelijk Hof, wegens schending van de standstill en nieuwe discriminaties, …
Tegelijkertijd roept de Raad van de Gelijke Kansen op om het wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen te verwerpen (Doc56K1324001.pdf). Deze tekst dereguleert namelijk de arbeidsvoorwaarden voor deeltijds werkenden vanaf het sluiten van contracten voor een tiende van de volledige werktijd, die voortaan zijn toegestaan, en schrapt de vermelding van de bedrijfsuren in het arbeidsreglement, … Door deze praktijken te legaliseren, wil de regering het sociaal overleg binnen de bedrijven omzeilen.
Inzetten op gedragsveranderingen bij vrouwen, “als ze maar voltijds werken, komt alles wel goed“, zoals de minister steeds weer herhaalt, toont eens te meer aan hoe weinig begrip er is voor de realiteit van vrouwen die onvrijwillig deeltijds werken in sectoren waar bedrijven uitsluitend deeltijds aanwerven (Persbericht naar het (on)vrijwillige karakter van deeltijdwerk van vrouwen - Enquête naar het (on)vrijwillige karakter van deeltijdwerk van vrouwen) Dankzij deze vrouwen zal de werkzaamheidsgraad stijgen, maar tegen welke menselijke prijs?
Dominique De Vos
Voorzitster van de commissie sociale zekerheid van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen
Voorzitster van de sociaal-economische commissie van de Conseil des femmes francophones de Belgique